DE DROOM VAN EEN MOSLIM-SJEIK

De droom van een sjeik
Het ontstaan van de Adventgemeente in Noordwest-Ethiopië is terug te voeren op een droom die een moslimsjeik genaamd Zacharias in 1900 van God ontving. Sjeik Zacharias was handelaar en geestelijk leider van ongeveer 500 moslims. De sjeik volgde de leer van Mohammed trouw en nauwgezet en stond in het Ethiopische district Debre Tabor in hoog aanzien.
Op een nacht had hij een droom die de volledige adventboodschap omvatte: de inspiratie van de Bijbel, de plicht om de sabbat te houden, de toestand van de mensen na de dood, de doop door onderdompeling en de wederkomst van Christus. Bovendien werd hem verteld dat er drie zendelingen zouden verschijnen die zijn volk nog meer bijbelse waarheden zouden bijbrengen. Hij kreeg de opdracht een bijbel te kopen en deze grondig te bestuderen. Vervolgens moest hij deze inhoud aan zijn volk doorgeven. Ten slotte werd hem nog verteld dat hij niet lang meer te leven had.
Sjeik Zacharias schrok van deze droom, omdat hij dacht aan de gevolgen die een dergelijk geloof voor een moslim heeft. Hij weigerde aanvankelijk de instructies van God op te volgen, omdat hij wist dat hij daardoor uiteindelijk de islam zou moeten opgeven – en dat zou hem gemakkelijk het leven kunnen kosten.
Maar de Heilige Geest liet hem geen rust. Uiteindelijk gaf hij zijn weerstand op en besloot hij te gehoorzamen. Hij vond de drie missionarissen niet. Daarom liet hij zich in de Koptische Kerk dopen en werd hij een bekwaam evangelist. Door hem werden ongeveer 3.000 mensen voor Christus gewonnen.
WeerstandMaar zijn getuigenis bleef niet onbetwist. Zijn vroegere moslimvrienden beschouwden zijn nieuwe bezigheid als verraad aan de islam. Zeven keer werd hij voor de rechter gesleept vanwege allerlei kleinigheden die werden opgeblazen. Uiteindelijk moest hij in Addis Abeba verschijnen voor keizer Menelik II, de heerser van Ethiopië. Tijdens de zitting legde Zacharias zijn zaak met grote welsprekendheid uit aan de keizer en een commissie van religieuze rechters, waarbij hij zijn standpunt met behulp van de Koran onderbouwde. Uiteindelijk werd hij vrijgesproken.
Keizer Menelik gaf hem toestemming om overal in het land te prediken. Tot grote ergernis van zijn tegenstanders kreeg de sjeik een lijfwacht van 100 keizerlijke soldaten mee, die hem tegen toekomstige vervolging moesten beschermen.
Het geheim op het sterfbedDrie jaar na zijn droom – in 1903 – werd de succesvolle evangelist ziek. Omdat Zacharias vermoedde dat hij spoedig zou sterven, riep hij zijn familie naar zijn ziekbed om hen nog enkele laatste woorden mee te geven. Voor zijn schoonzoon Mote Binet had hij een bijzondere boodschap. „In mijn droom werd mij nog iets verteld dat ik tot nu toe aan niemand heb onthuld. Ik werd opgedragen op zoek te gaan naar een kerk waar drie mannen zouden prediken. Aan dit teken zou ik kunnen herkennen dat ik de ware vorm van het christendom had gevonden. Maar tot nu toe heb ik deze drie mannen nog niet gevonden. Nu zal ik spoedig sterven. Als ik dood ben, moet jij in mijn plaats verder zoeken.“
Op zoek naar de juiste gemeenteMote Binet nam dit verzoek serieus. Hij bezocht talrijke zendingsposten in heel Ethiopië. Tijdens zijn zoektocht bracht hij meer dan een jaar door op het hoofdkwartier van de grootste interkerkelijke christelijke organisatie van het land. Hij sprak met alle protestantse kerkleiders, maar zij hielden allemaal de zondag heilig. Niemand verdedigde de bijbelse leerstellingen die aan Zacharias in zijn droom waren geopenbaard. En uiteindelijk moest hij steeds weer zeggen: „Het spijt me, maar jullie zijn niet de mensen die ik zoek.“
Tijdens een verblijf in Eritrea zat Mote Binet op een ochtend voor het huis. Mote was ontmoedigd omdat hij de ware aard van het christendom nog steeds niet had gevonden. Terwijl hij aan het lezen was, schrok hij op van voetstappen – er kwam een vreemdeling het pad af. Hij zag de open Bijbel op Motes schoot liggen en vroeg: „Wil je meer weten over het boek dat je nu bestudeert?“ Mote antwoordde: „Natuurlijk wil ik dat.“
Eindelijk„Kom dan maar mee,“ zei de vreemdeling. Ze liepen samen een stukje verder tot aan een open plek waar een kapel stond. Die was van leem gebouwd en had een rieten dak. Toen de vreemdeling met Mote binnenkwam, zagen ze vooraan op het podium drie mannen staan: een missionaris uit de VS, die in het Engels predikte, rechts naast hem een Noorse missionaris, die zijn woorden vertaalde in het Amhaars, de belangrijkste taal van Ethiopië, en links daarvan een Ethiopische predikant – dominee Okuboxkey, die de preek vertaalde in het plaatselijke dialect.
Mote’s hart stond bijna stil toen hij die drie mannen zag prediken!
Hij kon nauwelijks wachten tot de kerkdienst voorbij was. Na afloop rende hij naar voren en bestookte de predikanten met talloze vragen die zich in hem hadden opgehoopt tijdens zijn lange zoektocht naar de ware vorm van het christendom.
Verzoek om een adventistische zendelingKort daarna reed hij op zijn ezel terug naar Ethiopië om het goede nieuws in zijn geboortedorp, diep in het binnenland, door te geven. Hij riep alle dorpsbewoners bijeen en vertelde de mensen wat hij had gezien en gehoord. Ze kozen zeven mannen uit die Mote naar Eritrea moesten vergezellen. Daar wilden ze om een zendeling vragen die hen verder zou onderwijzen. De Zweedse predikant Gudmundsen keerde met hen terug naar Ethiopië. Daarop werden bijna alle dorpsbewoners gedoopt en lid van de Adventgemeente. Gudmundsen kocht van de provinciale gouverneur van de regio een stuk grond waarop een zendingspost werd gebouwd.
Mote verkondigt de adventboodschapMote trad nauwgezet in de voetsporen van zijn schoonvader en verkondigde zijn nieuw ontdekte geloof overal in zijn vaderland. Keer op keer probeerden andere christelijke gemeenteleiders hem het zwijgen op te leggen. Daarbij legden ze een ijver aan de dag die een nobeler doel waardig zou zijn geweest. In de loop van de volgende drie jaar werd Mote herhaaldelijk in de gevangenis gegooid. Uiteindelijk werd hij samen met enkele anderen voor de rechter gebracht en ter dood veroordeeld.
In de nacht voor de executie had de provinciegouverneur een droom waarin een engel hem waarschuwde: „Laat deze mannen vrij, anders zal het je slecht vergaan!“ Verontrust probeerde de gouverneur de mannen vrij te laten. Maar het verzet van de andere „vroomsten“ was zo groot dat hij de executie slechts een beetje kon uitstellen.
Op de dag van de executie raakten twee soldaten van de gouverneur in een ruzie verwikkeld. Daarbij kwam een van hen om het leven. De gouverneur raakte hierdoor zo van streek dat hij de executie volledig vergat. Toen de vijanden van Mote hem aan deze nog niet vervulde „plicht“ herinnerden, besefte de gouverneur plotseling dat God hem iets wilde zeggen. Nu was hij vastbesloten om Mote en de anderen vrij te laten, wat hij ook deed.
Voor de keizerMaar de vijanden van Mote lieten hem niet met rust. In 1921 slaagden ze erin Mote voor de nieuwe keizer te brengen, Haile Selassie I (1892-1975). In die tijd was de Deense adventistische zendeling Toppenberg in Addis Abeba begonnen met evangelisatie. Hij had ook al kennis kunnen maken met de keizer. Haile Selassie had een goede indruk gekregen van het werk van de adventistische zendelingen en had veel waardering voor Toppenberg. Daarom liet hij Mote onmiddellijk vrij en gaf hij hem toestemming om in heel Ethiopië te prediken. Bovendien gaf de keizer opdracht dat elke vijandige daad tegen deze man met onmiddellijke ingang moest worden gestaakt.







