Overslaan en naar de inhoud gaan

DE JACHT OP HET GELUK

Louis Torres werd geboren in een arm gezin in Puerto Rico. Hij had vijf broers en zussen. Zijn vader verliet het gezin vanwege een andere vrouw. Al snel verhuisde zijn moeder met haar kinderen naar New York. Ze hoopten daar op een beter leven. Daar groeide hij op in de sloppenwijken. Als Puerto Ricaan had hij het niet gemakkelijk in New York. Hij werd als tweederangsburger beschouwd. Hij voelde zich een niemendal, maar wilde koste wat kost iets betekenen. Hij zocht naar manieren om voldoening te vinden. Hij wilde beter zijn dan anderen. In de sloppenwijken van New York zag hij daarvoor veel kansen.

Jeugdige pogingen

Louis deed er alles aan om de beste te worden en dacht dat hij dan tevreden zou zijn. Dan zou hij eindelijk voldoening vinden. En dus probeerde hij het als rolschaatser (moderne rolschaatsen) en kwam hij zo ver dat hij kon pronken met allerlei stunts (sensationele kunststukjes), om vervolgens te moeten vaststellen dat ook dat hem geen voldoening gaf.

Toen hij 14 of 15 was, werd hij lid van een bende. En daar gold: als je hard en sterk bent, dan ben je iemand. Louis hield niet van die vechtpartijen, maar hij raakte er toch steeds weer in verwikkeld. Hij heeft nooit ook maar één gevecht verloren. Dat leverde hem aanzien op, maar het vulde de leegte in zijn hart niet.

Niets gaf op de lange termijn voldoening

Hij zocht voldoening in materiële zaken, activiteiten, prestaties en relaties. Maar daar vond hij die niet. Toen dacht hij: “Als ik maar beroemd zou kunnen worden, dan zou ik gelukkig zijn.” Zo kwam hij in de muziekscene terecht. Het was de tijd van Elvis Presley, Bill Haley en de Beatles. Samen met vrienden richtte hij de band „Dawnie and the Twilights“ op. En ze hadden succes. Ze kregen een manager die hen gloednieuwe auto’s en op maat gemaakte pakken bezorgde. Maar met het succes in de showbusiness kwamen ook andere dingen: drugs en losbandigheid. Na enige tijd stierf hun zanger aan een overdosis. Dat was voor Louis een enorme schok.

Beroemd

Maar hij wilde zijn droom niet opgeven en dus richtte hij een nieuwe band op, de „Vampires“. Al snel werd hij beschouwd als de beste bassist van New York, terwijl de „Vampires“ werden uitgeroepen tot de beste band van New York. In die tijd hing hun poster in het groot op het Broadway Building op Times Square. Maar toen Louis dit hoogtepunt had bereikt, besefte hij dat de showbusiness hem niet in de juiste richting zou leiden.

Van het christelijk geloof verwachtte hij niets. Als kind had hij naar de katholieke kerk moeten gaan, omdat zijn moeder dat zo wilde. Hij had veel slechte ervaringen met de kerk en wilde er niets mee te maken hebben. Hij voelde een verlangen, maar wist niet hoe hij dat kon stillen. En zo vervolgde hij zijn weg in de showbusiness. Tijdens de optredens leidden ze een opwindend leven. Iedereen bewonderde hen, de meisjes gilden en vielen flauw. Maar aan het einde van de nacht, als de dag aanbrak, sloop de verveling binnen. Steeds weer voelde Louis in stille momenten dat er iets ontbrak. En hij wist niet hoe hij dat ooit zou kunnen vinden.

Wie is God?

Op een keer was hij met zijn band op een drugsfeestje met een motorbende in Jersey City. Toen ze allemaal onder invloed waren, vroeg iemand: „Wie is God?“ Ze praatten er de hele nacht over en kwamen met de gekste ideeën. Maar uiteindelijk dacht Louis: „Ik hoop dat er geen God is. Want als er een God is, dan heb ik een probleem.“ Dat was een vreselijke gedachte voor hem. Hij wist dat zijn leven God niet kon behagen. Hij verdrong die gedachte en bleef zijn vrolijke masker dragen.

De nieuwe weg begint

Vlak voor een wereldtournee, waarbij Louis samen met de band Bill Haley and the Comets de concurrentie met de Beatles zou aangaan, nam hij twee weken vakantie en ging hij naar huis, naar zijn moeder. Hij had niet gerekend op wat hem daar te wachten stond. Zijn broer knielde op de grond en bad hardop voor hem. Daarna wilde hij maar niet ophouden met hem over Jezus Christus te vertellen. Dat was hem nog nooit overkomen. Louis snauwde hem toe: „Houd je mond, anders krijg je een pak slaag!“ Toen kwam zijn oudste broer het huis binnen, voor wie hij veel respect had. En die vertelde precies hetzelfde. Louis kon het nauwelijks geloven. Zijn broers praten over God??? Maar hij kon niet ontkennen dat er iets anders aan hen was. Ze straalden vrede uit. Louis dacht: „Zij hebben vrede als ze de Bijbel lezen, en ik doe van alles om zo’n vrede te vinden?“

Bezoeker van de kerkdienst

Zijn oudere broer nodigde hem uit voor de kerkdienst, waar hij samen met zijn vrouw gedoopt zou worden. Louis ging erheen in zijn mooiste zondagse kleren en voelde zich totaal niet op zijn plaats. Hij zat op de achterste rij en keek toe wat er gebeurde. De vrouw van zijn broer werd gedoopt. Toen ze uit het water kwam, huilde ze. „Domme vrouw“, dacht Louis, „ze huilt om niets“. Toen werd zijn broer gedoopt, en ook hij huilde. Dat was voor Louis een raadsel! Hij had zijn broer nog nooit zien huilen. Hij was een stoere kerel en een vechtersbaas geweest, die voor niets en niemand bang was. Louis kon niet begrijpen wat er aan de hand was. En toen schoot hem plotseling de gedachte te binnen: „Zou het kunnen dat hij God heeft gevonden?“ Die gedachte maakte hem bang, want hij dacht: „Als God echt bestaat, dan heb ik een probleem.“ Hij verzette zich tegen die gedachten, maar ze lieten hem niet los. Hij wilde alleen maar weg. Het was hem duidelijk dat hij alles zou verliezen wat hij had als hij de weg van zijn broer zou inslaan. Gedaan met zijn carrière, geen wereldtournee, geen wedstrijd met de Beatles die op het programma stond. Hij wilde weer aan het werk. Maar net toen hij weg wilde rijden, kreeg hij een telefoontje: de tournee en de wedstrijd met de Beatles waren uitgesteld.

Op de vlucht voor God

Louis bleef voor God wegvluchten. Hij ging naar een feestje waar de mensen op de dansvloer als beesten rond sprongen. Hij was dat gewend en deed zelf ook mee. Toen hij even pauzeerde en het geheel overzag, werd hij plotseling door walging overvallen. „Deze mensen gedragen zich als beesten“, dacht hij. God liet hem zien hoe Hij dit alles ziet. Louis keek omhoog en bad: „God, als U er bent, verander mij dan!“ Hij was het gewoon beu om in deze kunstmatige wereld te leven en tevergeefs naar vrede en voldoening te zoeken.

Hij ging naar huis. Zijn hele leven flitste voor zijn ogen voorbij. Hij voelde zich zo schuldig, zo overweldigd door de gedachte dat hij verloren was. Maar hij wilde niet verloren zijn. Hij wilde de vrede hebben die zijn broers hadden. Hij viel op zijn knieën en worstelde met God. „Verander mij!“ En terwijl hij daar knielde en bad, biggelden er plotseling tranen over zijn wangen en voelde hij een vreemde warmte in zijn hart. Dat had hij nog nooit eerder meegemaakt. En God hielp hem. Louis werd een nieuw mens, die Jezus liefhad en vastbesloten was om met Hem en voor Hem te leven. De tranen werden tranen van vreugde. Hij voelde hoe God de last van de schuld van hem wegnam en hoe er vrede over hem kwam. Voor het eerst in zijn leven ervoer hij de aanwezigheid van God. Hij bad om bevrijding van de drugs, sigaretten en alcohol. Hij stond op na dit gebed en was vrij. Nooit meer had hij nog behoefte aan deze dingen. In Jezus vond hij de vervulling waarnaar hij zo lang tevergeefs had gezocht. Louis verbrak alle banden met zijn verleden en begon een nieuw leven.

In dienst van God

Hij werd predikant en evangelist. Heel veel mensen hebben door zijn bediening Jezus leren kennen en in Hem hun vervulling gevonden. Tegenwoordig is Louis Torres opleidingsleider voor persoonlijke en openbare evangelisatie bij ASI Noord-Amerika en directeur van de Black Hills Missieschool voor Evangelisatie.

Daar heeft hij al honderden jongeren opgeleid, die als bijbelwerkers, evangelisten of gewoon als voor zending enthousiaste leken een onmetelijke zegen zijn. Hoeveel goeds kan er toch ontstaan als een jongere zich volledig aan God overgeeft!

BELEN CHAT