Overslaan en naar de inhoud gaan

EEN KENNISUIT DE REVALIDATIE EN PSALM 103

Toen ik vier was, leerde mijn moeder me in God te geloven en te bidden. Die band met het geloof ben ik nooit kwijtgeraakt. Omdat ik de wereld wilde leren kennen, solliciteerde ik later als ingenieursassistent bij de zeevaart. Ik hoopte mijn eerste jaarwisseling aan boord in de haven door te brengen. Maar op de middag van oudejaarsdag stuurde het agentschap ons de zee op. We vertrokken zo haastig dat niemand van ons van tevoren nog iets te lezen had kunnen meenemen.

In mijn hut doorzocht ik de kisten op zoek naar iets leesbaars. Ik vond inderdaad een klein zwart boekje dat blijkbaar door een andere zeeman daar was achtergelaten: een Nieuw Testament met psalmen! Ik was sprakeloos en zag mijn vondst als een teken van Jezus. Later schafte ik een volledige Bijbel aan. Die werd mijn trouwe metgezel. Na tien jaar ging ik definitief aan land en ging ik voortaan scheepselektriciteitsinstallaties verkopen.

Op professioneel vlak was ik succesvol; uiteindelijk klom ik op tot het management van mijn bedrijf. Er brak een periode van gezelligheid aan, maar mijn relatie met Jezus verzwakte. En toen kwam de neergang: ik verloor mijn gezin en mijn huis; plotseling was alles voorbij. Er bleven alleen nog maar schulden over. Een kennis, die deel uitmaakte van het bestuur van een protestantse gemeente, regelde voor mij een plek bij een retraite voor leidinggevenden van de Marburger Kreis. Dat is een werkgroep van toegewijde christenen uit de meest uiteenlopende beroepen en denominaties. Tijdens deze bijeenkomst besefte ik dat Jezus een volledige overgave van mij verwachtte. Ik mocht loslaten. En dat deed ik toen ook. Ik gaf mijn leven aan Jezus over.

Even later maakte ik tijdens een revalidatieprogramma mee hoe mensen uit mijn omgeving een dame pestten en weigerden met haar mee te gaan wandelen. Dat daagde me uit. Zo leerde ik een tengere, aantrekkelijke dame kennen. Dat ze adventiste was, betekende toen nog niets voor mij. Buiten was het ijskoud winterweer. We liepen samen door het winterbos vlak voor de deur. Het bleef niet bij die ene wandeling. We praatten graag over de Bijbel. Ik stond versteld van haar uitgebreide kennis op dit gebied.

Met Kerstmis bezocht ik toen de nabijgelegen dorpskerk. Daar kwam ik haar weer tegen en ging naast haar zitten. De preek ging over Psalm 103. Mijn buurvrouw huilde. Ze wist niet of ze ooit nog zonder hulp zou kunnen lopen. Ik bad voor haar. En weer liep er een jaar ten einde. Ik had geen idee wat het nieuwe jaar zou brengen.

Een paar dagen later nodigde de dame uit het revalidatiecentrum me uit in haar gemeente, de Adventgemeente. Ik had nog nooit van Zevende-dags Adventisten gehoord. De afsluitende bijbelmeditatie van het jaar ging over Psalm 103. Sinds de retraite van de Marburgse kring had ik nog nooit zo’n heldere bijbelse verkondiging gehoord. Spontaan zei ik – en wel luid en duidelijk: „Hier blijf ik!“

Vanwege mijn door de Bijbel gevormde verleden kon ik alles wat ik vervolgens in de preken en overdenkingen hoorde, beamen. Uit vreugde over deze ervaring en uit eerbied voor het goddelijke Woord volgde ik dooponderwijs bij de plaatselijke predikant en liet ik me enige tijd later als volwassene dopen.

BELEN CHAT