Overslaan en naar de inhoud gaan

„UIT NIEUWSGIERIGHEID BEN IK MEEGEGAAN“

Ik ben in 1960 in Nottingham geboren. Mijn vader was een Britse bezettingssoldaat en had mijn moeder hier in Duitsland leren kennen. De eerste jaren woonde ik in Engeland. In 1966 verhuisde ik met mijn ouders naar Stadthagen, bij Hannover. In datzelfde jaar gingen ze uit elkaar.

Ik ben toen bij mijn grootouders opgegroeid. Mijn moeder was er nooit als ik haar nodig had. Werk en gezelligheid waren voor haar belangrijker dan het gezin. Mijn grootvader sloot me vaak op. Bovendien vernederde en mishandelde hij me. Als mijn moeder erbij was, keek ze de andere kant op. Op mijn elfde begon ik alcohol te drinken. Liefde en geborgenheid kende ik niet. Zo verliep mijn leven dan ook: de basisschool zonder diploma, een opleiding tot metselaar zonder diploma, tijdelijke baantjes. Het ging alleen maar bergafwaarts. Ik werd een rebel die tegen alles in opstand kwam. Ik werd alcoholist en gokker. Bijna 10 jaar lang zwierf ik als dakloze met hooligans uit de voetbalwereld door heel Duitsland. Ik was een leugenaar en een vechtersbaas, die veel mensen leed, verdriet en zorgen bezorgde. Ja, dat was mijn leven.

In mijn jeugd had ik contact met de Anglicaanse en de Evangelische Kerk. Maar voor mij was God slechts een straffende en oorlogszuchtige God. Zo had ik het van mijn vader en mijn grootvader geleerd. Eind 2005 verhuisde ik naar Künzelsau. Daar leerde ik Reinhold kennen. We werden vrienden. Hij nam me in huis en vertelde me hoe hij Jezus en de Adventgemeente had leren kennen en hoe hij daardoor was veranderd. Vaak nodigde hij me uit om met hem mee te gaan naar de kerkdienst. Eerst wilde ik dat echter niet. Maar uit nieuwsgierigheid ging ik op een dag toch mee.

Door de ervaringen waarover ik daar hoorde, kwam ik tot de conclusie dat het leven toch zin heeft. Zo begon ik regelmatig naar de kerk te gaan. En zo leerde ik Jezus kennen. De kerk werd mijn familie, waar men er voor elkaar is: met gesprekken, advies en praktische hulp.

In die tijd leerde ik ook Anita kennen. Ze werd mijn vriendin. Maar we hadden vaak ruzie. Toch bleef ik bij haar. Ik wist dat ook zij het zwaar had gehad. Uiteindelijk besloot ze met mij mee te gaan naar de kerk. Zo vond ook zij Jezus. Ook zij is sindsdien ten goede veranderd.

Op 19 juli 2008 liet ze zich samen met mij dopen. Ik heb Gods hulp persoonlijk ervaren: Hij heeft mij in een gemeente geplaatst waar men elkaar helpt. Ik heb nu veel nieuwe vrienden. Bovendien heb ik een woning, een baan en ben ik schuldenvrij. Zonder Jezus zou ik niet weten waar ik nu zou zijn. Ik heb zoveel met God meegemaakt dat ik mezelf kan accepteren zoals ik ben. Vroeger zette ik elke dag een ander masker op. Vandaag heb ik dat niet meer nodig. Ik weet dat ik een gewenst kind van God ben – met al mijn zwakheden, fouten, maar ook sterke punten. God is er altijd voor mij. Ik kan met God over alles praten en Hem om alles vragen. Zo ervaar ik Gods leiding. En die wil ik niet meer missen.

Alleen God kan een mens veranderen. Nu zie ik zin in mijn leven. God heeft een plan voor mij. Ik laat me door Hem leiden – waar Hij me ook heen leidt. Ik vertrouw Hem volledig en heb me helemaal aan Hem overgegeven.

BELEN CHAT