Overslaan en naar de inhoud gaan

„ZOU OMA ECHT IN HET VURIGE VUUR ZIJN?”

In 1958 gaf mijn moeder mij het boek De weg naar volwassenheid door Ellen White liefdevol op de communietafel gelegd. Helaas vond het boek destijds nog niet de gewenste weerklank. Ik legde het opzij. Het was de tijd waarin „echte“ jongens liever avonturenromans met elkaar uitwisselden.

Maar het advies van mijn ouders om God te zoeken, heeft me mijn hele leven bijgestaan. We hadden als gezin onze moeilijkheden immers steeds weer door gebed overwonnen: de vlucht uit het Sudetenland, een atheïstische opvoeding in de DDR, evenals de door de oorlog veroorzaakte scheiding en de latere hereniging van het gezin. Zo probeerde ook ik me aan God vast te houden — bijvoorbeeld door lid te worden van de CVJM (Christelijke Vereniging voor Jonge Mensen).

Dankzij mijn opleiding tot loopbaanadviseur bij het arbeidsbureau in Kassel kwam ik steeds weer in contact met mensen.

Maar hoe meer ik me verdiepte in de wisselvalligheden van het leven, hoe meer vragen ik had. Die vragen werden nog sterker toen ik tijdens mijn militaire dienst bij de marine met de harde realiteit van het leven werd geconfronteerd.

Later moest ik in een bepaalde zaak — ik was inmiddels overgeplaatst naar het arbeidsbureau in Darmstadt — een cliënt informatie geven over een afstandsonderwijsinstelling. In een adresboek vond ik het adres. Maar tegelijkertijd stuitte ik ook op informatie die voor mij persoonlijk van belang was: bijbelcursussen per correspondentie, „Stimme der Hoffnung“, Darmstadt. Daar wilde ik aan meedoen. Als loopbaanadviseur gaf ik mezelf dus zelf een goed advies. Of waren er engelen in het spel? Er ontstond een bijbelcursus per correspondentie die meer dan twee jaar duurde, maar die wel in stand werd gehouden door herinneringsbrieven: „Meneer Eichler, ga alstublieft door!“ Dat was een goede basis voor mijn geloof.

In 1973/74 leek God het toen serieus met mij te menen. In die tijd moest ik een pijnlijke operatie ondergaan en maandenlang mijn werk onderbreken. Daarbij kwamen nog kwellende vragen over een dierbare overledene, namelijk mijn grootmoeder. Zij had mij tijdens de vlucht voor de oorlog op haar rug gedragen. Zou ze nu echt in het vagevuur lijden, zoals de priester ons bij het graf had verteld? Dankzij de goede nazorg van de bijbelcursus per correspondentie ontving ik in die tijd een uitnodiging voor een evangelisatiebijeenkomst over actuele profetische kwesties. Het ging onder andere over het Midden-Oosten. De lezingen waren interessant. Daarom stemde ik graag in met de aansluitende bijbelstudies met de spreker. Het eerste gesprek bracht duidelijkheid over de vraag van het sterven en wat er daarna komt. Ik vertrouwde erop dat we ook bij het oordeel een goede God hebben.

Tijdens een latere langdurige evangelisatiecampagne met Kurt Hasel bleef God verder bouwen aan het fundament van mijn geloof. Ik woonde de meeste van de 80 avonden bij. Tijdens een overgavegesprek gooide ik toen onder tranen alle rommel van esoterie en een verkeerd leven overboord. Het was de dag van een gelukkige wedergeboorte onder het motto: „Ik leef, en ook jullie zullen leven!“ (Joh. 14:19) Later, tijdens mijn predikantenopleiding op de Marienhöhe, kwam ik mijn confirmatieboek weer tegen. Dat was tijdens het vak Opvoeding. Als ik het eerder had gelezen, zou ik waarschijnlijk menig omweg in mijn leven bespaard zijn gebleven. Gelukkig hebben we een geduldige God.

BELEN CHAT