Overslaan en naar de inhoud gaan

WEERZIE MET „MENSEN IN GODS HAND“

Een boek en twee boekevangelisten hebben een bijzondere rol gespeeld bij mijn weg naar de gemeente. Lang geleden verkocht een boekevangelist aan mijn ouders — wij waren katholiek — een deel uit Mensen in Gods handen. Ik was toen negen en had nog drie broers en zussen. We waren dol op dat boek en maakten er vaak ruzie om. Toen een van mijn zussen trouwde, nam ze het mee. Het geloof in God was al vroeg heel belangrijk voor mij. In plaats van naar de disco te gaan, ging ik graag naar de kerk. Toen ik op mijn vijftiende begon te werken, had ik een collega die Jehovas Getuige was. Hij vertelde me dagelijks over zijn geloof. Ik daarentegen sleepte mijn beste vriendin regelmatig mee naar bijeenkomsten van de katholieke kerk. Daar werd altijd tot Maria gebeden. Dat zat me niet lekker. Om me een eigen beeld te vormen, kocht ik een bijbel en las ik er veel in.

Toen ik net 18 was, zag ik in een droom hoe mijn collega van de Jehova’s Getuigen mij een boek voorlegde dat ik moest lezen. Tegelijkertijd legde hij een zwarte doek over mijn hoofd, zodat ik noch naar rechts, noch naar links kon kijken. Ik vatte dit op als een teken dat dit de verkeerde weg was. Maar ook mijn katholieke geloof begon daarna af te brokkelen.

Jaren later — ik was inmiddels getrouwd en mijn derde kind was een half jaar oud — ging ik eindelijk op zoek naar de gemeente van God. Ik sprak met mensen uit verschillende geloofsgemeenschappen. Eerst waren er de mormonen, later ook de Nieuw-Apostolische Kerk. Twee vriendelijke jonge Amerikanen van de mormonen gaven me twee keer per week les. Na ongeveer vijf maanden zou ik me laten dopen. Ik stemde toe. En zo werd de doopdatum vastgesteld. Ik ging die dag met een onbehaaglijk gevoel naar huis.

In de week voor mijn doop woonde ik in de plaatselijke kleuterschool een lezing over kinderboeken bij. Tot mijn vreugde ontdekte ik dat er ook boeken van uitgeverij Saatkorn bij waren. Ik herinnerde me nog dat het juist deze uitgeverij was die Mensen in Gods handen uitgaf. En dus vroeg ik de spreker, een zekere Norbert M., naar dit boek, dat ik al tevergeefs in veel boekhandels had gezocht. Hij zei dat hij het voor me kon regelen.

De volgende ochtend belde ik de mormonen op en liet ik de doop uitstellen. Daarop werd ik uitgenodigd voor een gesprek met twee vriendelijke heren uit Frankfurt. Na enkele vragen over de leer vroegen ze me waarom ik me dan niet wilde laten dopen. Ik zei dat mijn innerlijke stem zich ertegen verzette. Daarop stonden ze onmiddellijk op, namen kort afscheid en verlieten de kamer. Even later bevond ik me, enigszins verward, op de trap voor de vergaderzaal.

De daaropvolgende dinsdag kwam Norbert M., de vriendelijke boekverkoper, bij me langs. Hij wilde me een aantal boeken laten zien. Maar ik wilde alleen weten naar welke kerk hij ging en waar hij zijn basiskennis over geloofskwesties vandaan haalde. Zo kwam ik erachter dat hij Zevende-dags Adventist is en zich baseert op de Bijbel. Vanaf dat moment volgde ik bijbelonderwijs bij hem, en in 2003 werd ik gedoopt. Eindelijk viel alles op zijn plaats. Vooral het verhaal over de wijziging van de Tien Geboden had me overtuigd.

BELEN CHAT